Den boom stond op den berg (in G)

 
REFREIN: (telkens herhalen)
 
En den  
G 
boom stond op den berg,  
C 
Hali, 
 
ha
G 
lo
 
En den boom stond op den  
G 
berg, 
 
 
D 
Hali, 
 
ha
G 
lo
 
 
1.
G 
En aan die boom daar kwam een tak
een reuze tak, een pracht van een tak;
ach jongens wat een tak was dat!
en de tak van de boom….
En den boom stond op den berg, Hali, halo
En den boom stond op den berg, Hali, halo
 
 
2. En aan die tak daar kwam een blad…
3. En aan dat blad daar kwam een nest…
4. En in dat nest daar kwam een ei…
5. En uit dat ei daar kwam een jong…
6. En aan dat jong daar kwam een veer…
7. En aan die veer daar kwam een hoed…
8. En aan die hoed daar kwam een juf…
9. En aan die juf daar kwam een heer…
10. En aan die heer daar kwam een huis…
11. En aan dat huis daar kwam een stal…
12. En aan die stal daar kwam een geit…
13. En aan die geit daar kwam een staart…
14. En aan die staart daar kwam een eind…