Sneeuwwitje

Save pagePDF pagePrint page

’t Was heel ver van hier en ’t is heel lang geleden
da 7 kabouters met sneeuwwitje vreeën
Da was in den tijd dat de beesten nog spraken
die zalige tijd van heksen en draken
Sneeuwwitje da was een braaf maske
Ze naaide ze waste ze plaste
Want 7 klein mannen, dat is gene lach
daar zedde mee bezig de godganse dag
Ze was overal de grote vedet
in den dag in de keuken en ’s avonds in bed

Maar toen kwam er een heks met een stootkarreke aan
die leurde met appeltjes langs de baan
En Sneeuwwitje kocht er een kilooke van
ze dacht: “Daar maak ak straks appelspijs van.”
Maar had ons Sneeuwwitje ’t geweten
Dan had ze der nooit in gebeten
Want al dat fruit was vergiftigd en rot
en Sneeuwwitje viel op de grond gelijk een blok
De kabouterkes vonden haar ’s avonds in ’t stroot
’t Verdriet was groot want Sneeuwwitje was dood

En in ’t midden van ’t bos wier ne put gegraven
de kabouterkes gingen Sneeuwitje begraven
de vogelkes zongen een droevig refrein
en iedereen blête van smart en sjagrein
Maar swens da ze stonden te bidden
verscheen er ne Prins in hun midden
Die woonde wa verder in een groot kasteel
dat proppestevol zat met geld en juweel
De prins gaf Sneeuwwitje ne kus op de mond
en geloof het of nie, maar ze werd terug gezond

Het maske werd wakker en dacht dat is straf
met die rijkaard zen’k van die klein mannen vanaf
De prins zei: “Lief kind sping toch rap op mijn paard
Die sukkeltjes hier zijn uw schoonheid niet waard.”
Der zei nog nen dwerg: “Excellentie
gij hebt gij verrekt veel pretentie!”
Maar ze waren er al op hunne schimmel vandoor
De kabouterkes kloegen, het stond er slecht voor
Dien does is met ons Sneeuwwitje gaan lopen
en wie gaat er nu klein kabouterkes kopen

Vanaf dan ziede geen kabouters nie meer
het afscheid van Sneeuwwitje deed hun te zeer
ze blijven nu thuis, Sneeuwwit kan verrekken
nu zitten ze ’s avonds een kaartje te trekken
en Sneeuwwitje leeft nu in rijkdam
Maar ze geeft er ocharme geen knijt om
Want ze zit daar alleen in da machtig paleis
de prins die is altijd met vrienden op reis
om nog rijker te worden door oorlog te voeren
Ze zit nu al weken door’t venster te turen

Sneeuwwitje zei ’t leven is triestig en rot
ik vind mijne lekkere nooit in zijn kot
‘k had beter die dwergskes niet genegeerd
Want wie het klein niet begeert die is ’t grote niet weerd

Ed Kooyman – Sneeuwwitje